Skip to main contentTrouble navigating? Send us feedback!

Blog

Een succesvol participatietraject, hoe doe je dat als gemeente?

Michiel van den Ingh
Tuesday, 31 October 2017

Veel gemeenten hebben jaarlijks meerdere participatietrajecten lopen. Er is veel behoefte aan betrokkenheid van inwoners. Maar hoe laat je zo’n traject nou slagen? In dit artikel deel ik mijn ervaring met vele trajecten bij gemeenten. Dat doe ik aan de hand van vijf vragen waar je bij stil moet staan voordat je een traject start:

  1. Wat wil ik van mijn doelgroep weten? Welke vorm van inspraak kies ik?
  2. Welke doelgroep wil ik bereiken?
  3. Hoe krijg ik een representatief beeld?
  4. Welke middelen kan ik inzetten?
  5. Welke vervolgstappen worden gezet na het traject?

1: Wat wil ik van mijn doelgroep weten? Welke vorm van inspraak kies ik?

Ieder participatietraject is weer anders en ieder traject heeft een andere behoefte aan informatie van de participerenden. Er zijn een aantal typen te onderscheiden.

Draagvlak meten

Soms is er een duidelijk standpunt waarvan de gemeente(raad) wil weten wat inwoners vinden. Bijvoorbeeld: “Een derde kliko invoeren”. Het succes zit ’em dan in het verkrijgen van een zo representatief en compleet mogelijk beeld van het draagvlak voor deze beleidsmaatregel. Je wil niet alleen getalletjes zien van hoeveel mensen er voor of tegen zijn. Je wil inzicht krijgen in waarom mensen iets vinden. Meestal vinden deze trajecten plaats wanneer er binnen de gemeente al veel helderheid is over het beleid.

Opties voorleggen

Er zijn situaties waar meerdere opties mogelijk zijn. In zekere zin is dat ook een draagvlakmeting, waarbij duidelijk moet worden welke optie het meest geliefd is bij inwoners. Bij deze vorm is discussie fundamenteel. Mensen moeten elkaar overtuigen van de optie die zij het best achten.

Co-creëren

Het vormen van een visie is complexer. Je wil dan ideeën, standpunten, argumenten en opinies verzamelen over een thema dat je zelf hebt bepaald. Denk bijvoorbeeld aan het bepalen van randvoorwaarden voor het plaatsen van windmolens. Inwoners die vlakbij een windmolen wonen hebben waarschijnlijk andere voorkeuren dan mensen die er ver vandaan wonen. Zoiets is niet zo simpel als “voor of tegen”. Bij het vormen van een visie is een discussie voeren erg belangrijk. In deze vorm van participatie is interactie tussen inwoners en bestuurders zeer belangrijk.

Agenderen

Soms start een participatietraject vanuit de verkenningsfase. Je wil dan zoveel mogelijk ideeën ophalen om een eerste indruk te krijgen van wat er leeft in de gemeente. Welke problemen ervaren mensen en welke ideeën zijn er om de gemeente te verbeteren? Veel gemeenten organiseren bijvoorbeeld een motiemarkt. Inwoners kunnen daar hun ideeën pitchen voor raadsleden. Met deze vorm van participatie kunnen inwoners belangrijke thema’s op de agenda van de raad zetten.

Het succes van een participatietraject dat is bedoeld om te verkennen in de kwantiteit en kwaliteit van de ideeën van inwoners. In een verkenningstraject kun je het beste zoveel mogelijk open vragen stellen om te identificeren welke problemen mensen ervaren, zonder teveel te sturen.

2: Welke doelgroep wil ik bereiken?

Gaat het thema alle inwoners van de gemeente aan of gaat het om een specifieke groep? Hoe groot is de doelgroep waarvan participatie gewenst is?

Denk ook aan subgroepen.

Verwacht je dat straks vooral hoger opgeleide mannen van 65+ participeren of is er een representatieve deelname van alle leeftijden? Hoe bereik je bijvoorbeeld ook jongeren? Zijn er verschillende relevante rollen binnen de doelgroep zoals ondernemers, scholieren, ouders, werklozen, expats? Stel dat de gemeenteraad bewoners van wijk X wil betrekken bij speelplekkenbeleid.

Je zou dan in principe alle inwoners van de gemeente daarbij kunnen betrekken. Maar bedenk dat zo’n thema vooral ouders van jonge kinderen in woonwijken aanspreekt. Bewoners van een bejaardentehuis aan de rand van een dorp zullen daar waarschijnlijk minder om geven.

Om achteraf te bepalen of het participatietraject succesvol was maakt het veel uit of de doelgroep bestaat uit alle inwoners van de gemeente of voornamelijk ouders met kleine kinderen in woonwijken. Bijvoorbeeld 5.000 mensen.

Heb je tijdens het traject 2.500 mensen bereikt uit een gemeente met 100.000 inwoners? Dan heb je maar 2,5% bereikt. Zijn die 2.500 mensen allemaal ouders met kleine kinderen in woonwijken? Dan heb je maar liefst 50% van de doelgroep bereikt. Een groot verschil dus.

Het dilemma van groepen betrekken

Het uitnodigen van inwoners om mee te denken over beleid is op zich niet zo ingewikkeld. Het is af en toe wel lastig om keuzes te maken over de grootte van de te betrekken doelgroep. Bij sommige projecten kunnen de emoties namelijk hoog oplopen. Als je bijvoorbeeld binnen een straal van vijf kilometer gaat vragen wat mensen van de mogelijke komst van een windmolenpark vinden is de kans groot dat het merendeel van de doelgroep negatief is. Zij ervaren mogelijk geluidsoverlast en vinden het misschien niet mooi staan. Vraag je echter alle inwoners van de gemeente wat ze vinden van verduurzaming van de gemeente, dan zal een aanzienlijk deel van die mensen positief staan tegenover windmolens.

Dat is een lastig dilemma omdat je aan de ene kant een representatief beeld van het sentiment onder alle inwoners wil krijgen, en aan de andere kant de negatieve reacties van direct omwonenden serieus wil nemen.

3: Hoe krijg ik een representatief beeld?

Afhankelijk van de doelgroep zijn er vaak subgroepen te identificeren binnen de doelgroep. Denk aan verschillende leeftijdsgroepen, geslacht, etniciteit, opleidingsniveau etc.

Het bereiken en betrekken van de doelgroep hangt af van het thema, het instrument dat je inzet en de manier van promotie.

Het thema. Spreekt het de juiste mensen aan? Probeer je zo goed mogelijk te verplaatsen in de gebruiker. Vermijd jargon, moeilijke definities en probeer mensen te raken met je vraag of stelling. Probeer je jongeren te bereiken, spreek ze dan gewoon aan met “je en jij”, in plaats van “u”.

Het instrument. Als je zoveel mogelijk mensen wil betrekken bij het traject heeft een fysieke bijeenkomst te veel beperkingen. Los van de beperkte capaciteit van een locatie kunnen mensen hun input niet leveren op het moment dat het ze zelf uitkomt. Een online platform biedt meer schaalvoordelen maar het is gevaarlijk om alleen de mensen te raadplegen die daarop actief zijn. Gebruik je een online platform voor inspraak, promoot het gebruik van het platform dan ook. Daarmee geef je iedereen dezelfde kans om in te spreken. Als mensen namelijk niet van het bestaan afweten zullen ze het ook niet gebruiken. Probeer dus bij grote trajecten een combinatie van fysiek en online mogelijk te maken.

De manier van promotie. De meest voor de hand liggende manieren van promotie zijn het versturen van brieven, advertenties in lokale kranten en advertenties online. Op zich is dat goed maar vaak zul je zien dat een bepaalde subgroep minder participeert dan een andere subgroep. Bijvoorbeeld jongeren tussen de 13–21 jaar. Een manier om dat op te lossen is door specifieker te adverteren richting die groep. Met een Facebookadvertentie kun je bijvoorbeeld eenvoudig richten op “jongeren tussen 13–21, woonachtig in Utrecht”. Als je gebruik maakt van een online platform zoals Argu kun je vervolgens zien of er een gelijkmatigere verdeling van de leeftijdsklassen ontstaat.

Kanttekening Het is altijd lastig afwegen of je je focust op een specifieke doelgroep of op alle inwoners van een gemeente. Stel dat je 50% van de doelgroep “ondernemers detailhandel stadscentrum” hebt bereikt als je een traject doorloopt over beleid voor lokale detailhandel. Dat is op zich een goede score. Maar waarschijnlijk hebben mensen die juist niet onder die doelgroep vallen wel goede ideeën voor beleid. Door de doelgroep te verbreden worden de reacties waarschijnlijk diverser en neemt de kans op vernieuwende ideeën toe.

De beste oplossing voor dit probleem is om zoveel mogelijk mensen te betrekken bij dit onderwerp. Hoe meer mensen je bereikt, hoe diverser de groep uiteindelijk wordt en hoe meer kans je hebt op goede ideeën en argumenten.

4: Welke middelen kan ik inzetten?

De doelgroep is nu afgebakend en duidelijk is naar welke informatie wordt gezocht tijdens het participatietraject. Hieronder staan een aantal tips voor het effectief en efficiënt inzetten van de middelen van je organisatie.

Één projectleider kiezen

Is er een projectleider binnen de gemeente die alle partijen met elkaar verbindt en keuzes maakt over inzet van budget en tijd? Wellicht is er andere partij die een deel van het projectmanagement op zich neemt. Bij Argu is er bijvoorbeeld altijd een projectmanager die het traject begeleidt.

Vaak is een projectleider afhankelijk van verschillende partijen. Wanneer de projectleider bijvoorbeeld voor iedere uitgave moet aankloppen bij de wethouder kan dat enorme vertraging opleveren. Denk daarnaast aan verlof, vakantieperiodes etc.

Tips voor effectieve projectleiding:

  • Maak één persoon projectleider;
  • Geef de projectleider zoveel mogelijk zeggenschap;
  • Geef de projectleider een budget voor het hele project.

Het participatie-instrument

Afhankelijk van de grootte van de doelgroep en de gekozen vorm van inspraak kan een participatie-instrument veel invloed hebben op het eindresultaat. Wil een gemeente bijvoorbeeld inwoners van een straat betrekken bij verbouwingen in die straat? Dan is een inspraakavond op het gemeentehuis waarschijnlijk de eenvoudigste, goedkoopste en effectiefste manier van participatie.

Wil de gemeente ideeën, stemmen, argumenten en meningen verzamelen van zoveel mogelijk inwoners over duurzaamheid? Dan biedt een online platform de benodigde schaalvoordelen. Online kun je namelijk veel meer mensen laten participeren dan in een zaaltje passen. Mensen kunnen op het moment dat het ze zelf uitkomt participeren.

Zo heeft een platform als Facebook het voordeel dat het door heel veel mensen wordt gebruikt. Een nadeel is dat de input van de doelgroep niet goed wordt gestructureerd. Facebook discussies ontsporen snel en het leidt zelden tot een goed overzicht van wat mensen nou precies willen.

E-participatieplatforms zoals Argu zijn meer ingericht om de verschillende ideeën van inwoners uiteen te zetten, inhoudelijke discussie te faciliteren en om mensen op de hoogte te houden van het gehele proces. Zo houd je het overzicht wanneer je een grote groep mensen wil betrekken bij het traject. Voor kleine projecten op buurt (of zelfs straat)niveau is zo’n instrument iets minder geschikt omdat het op wijkniveau relatief goedkoop is om mensen te betrekken. Voor een paar honderd euro kun je iedereen een brief sturen en uitnodigen voor een inspraakavond.

Samen een communicatieplan schrijven

Is er een vast team dat zorg draagt voor geschreven teksten, uitingen en promotieacties?

Is er een webcareteam dat snel en inhoudelijk reageert op reacties en vragen van inwoners omtrent het participatietraject? Of doet de projectleider dit zelf?

Het is aan te raden om een communicatieplan uit te werken, samen met alle partijen die betrokken zijn bij de uitvoering van het participatietraject. De eerste stap daarin is adviseurs en ervaringsdeskundigen te vragen om do’s en don’ts. Dat bespaart een hoop tijd en beperkt de kans op fouten. Vervolgens bepaal je welke vorm van communicatie met de doelgroep past bij het communicatiebeleid van de gemeente. Ten slotte verdeel je de taken met alle betrokken partijen.

Promotie afstemmen op de doelgroep

Er zijn verschillende manieren om een participatietraject te promoten. Voor ieder project is dat weer anders. Kijk voordat je gaat promoten eerst goed naar de doelgroep. Is het de bedoeling dat alleen de bewoners van een straat deelnemen of is het juist de bedoeling om een representatief beeld te krijgen van alle inwoners van de gemeente? Beide vragen om een andere aanpak.

Een lokaal project gaat bijvoorbeeld alleen bewoners van een bepaalde straat, wijk of gebied aan. Wanneer er bijvoorbeeld behoefte is om die bewoners te vragen wat ze van een komst van een nieuw winkelcentrum vinden, nodig je alleen die mensen uit om te participeren. Naast het uitnodigen van bewoners per brief of e-mail kun je het thema bijvoorbeeld meer onder de aandacht brengen met posters en flyers in de buurt.

Als je bijvoorbeeld een participatietraject start over een thema dat een groot deel van de inwoners van de gemeente aangaat is het belangrijk om breed te adverteren. Naast een melding op het prikbord op het gemeentehuis, een banner op de website kun je ook kiezen voor het inzetten van Facebook advertenties. Daarmee kun je al snel duizenden mensen bereiken tegen zeer geringe kosten.

Over het algemeen is het altijd goed om legitimiteit te creëren door wethouders of raadsleden de boodschap te laten verspreiden in hun eigen netwerk.

5: Welke vervolgstappen worden gezet na het traject?

Eigenlijk is dit waar participatie om zou moeten draaien. Samen met inwoners denken, discussiëren en beslissen welk beleid gevoerd wordt. Wanneer de gemeenteraad of het college een besluit neemt op basis van de input van de doelgroep, is de besluitvormingscyclus compleet en kun je spreken van succesvolle participatie.

Toch worden veel participatietrajecten ingericht op een manier dat het nog maar de vraag is of er naderhand een besluit wordt genomen door de gemeenteraad. Is dat niet zonde? Maak je enthousiaste inwoners dan niet blij met een dode mus?

In de trajecten waarbij inwoners in een vroeg stadium worden geraadpleegd om ideeën te delen met de gemeenteraad is het simpelweg te vroeg om een besluit te nemen. Het is dan wel aan te raden om inwoners betrokken te houden na de “ideeënfase”, zodat ze — wellicht maanden later — alsnog zien dat ze hebben bijgedragen aan een besluit in de gemeenteraad.

Leent het participatietraject zich voor interactie met de deelnemers? Dan is het belangrijk om terug te koppelen wat er met die gesprekken (offline of online) is gebeurd.

Conclusies

Ieder participatietraject is anders. Afhankelijk van de doelstellingen van het project, de vorm van inspraak, de doelgroep en de mogelijkheid om een besluit te nemen zullen de resultaten verschillend zijn.

Beoordeel per onderdeel wat goed ging en waar de volgende keer meer aandacht aan moet worden besteed:

  • Welke middelen had ik tot mijn beschikking?
  • Hoeveel procent van de doelgroep is bereikt?
  • Heb ik de informatie gevonden waar ik naar op zoek was? Heeft die informatie bijgedragen aan de besluitvorming?
  • Heb ik een representatief beeld gekregen van de doelgroep?
  • Welke vervolgstappen zijn gezet na het traject?

Heb je vragen over dit artikel of ben je benieuwd naar praktijkvoorbeelden van andere gemeenten? Laat het vooral weten in de reacties hieronder!

Read more

Online of offline mensen betrekken? Verschillen tussen bijeenkomsten en e-participatie

Joep Meindertsma
Friday, 20 October 2017

Participatie bij besluitvorming is een waardevol middel. Dit geldt in het bijzonder voor (semi-)publieke organisaties zoals gemeenten, onderwijsinstellingen en woningcorporaties. Inspraaktrajecten kunnen draagvlak voor beleid vergroten, een sterker gevoel van betrokkenheid geven en tenslotte de kwaliteit van de genomen besluiten ten goede komen.

De invulling van participatie is vaak het lastige: hoe krijg je mensen betrokken en welke methodes zet je in? Enquêtes en inspraakavonden zijn veelgebruikte en voor de hand liggende methodes, maar met de komst van online platforms zijn er ook nieuwe, digitale manieren beschikbaar om mensen te betrekken.

Wanneer kies je voor digitale participatie en wanneer juist niet? Het inzetten van e-participatie middelen heeft diverse voordelen, maar ook enkele nadelen ten opzichte van reguliere methodes om mensen te betrekken bij beleid. Daarnaast vereist e-participatie vaak een andere aanpak. In dit artikel bespreek ik enkele afwegingen, zo nu en dan toegelicht met ervaringen die we met ons platform Argu hebben opgedaan.

Hoeveelheid & samenstelling van betrokkenen

Een bijeenkomst bijwonen is een flinke (tijds)investering en beperkt daarmee hoeveel mensen aanwezig zullen zijn. Je mening of idee delen vanuit huis of op je smartphone in de trein is veel minder moeite. Deze laagdrempeligheid maakt het waarschijnlijker dat je met e-participatie een veel grotere groep gaat betrekken. Een bijkomend voordeel van laagdrempeligheid is dat je doelgroep hiermee diverser wordt: naast de 'usual suspects' wordt een andere slag mensen verleid om mee te denken, zoals mensen die 's avonds werken of fysiek gehandicapt zijn.

Een voorbeeld hiervan heb ik zelf meegemaakt. In mijn oude studentencomplex (de Cambridgelaan in Utrecht) was een budget van 10.000 euro beschikbaar gesteld om te besteden aan iets leuks en duurzaams. Wat er precies van zou worden gekocht wilde het woonbestuur het liefst overlaten aan de bewoners zelf, dus besloten ze zowel online als offline mensen mee te laten denken. Bij de offline bijeenkomst (waar het officiële besluit zou worden gemaakt) waren uiteindelijk vier mensen aanwezig --- waaronder ikzelf en het woonbestuur. Via Argu konden de bewoners ideeën indienen. Zo werden er 20 ideeën ingediend en hadden meer dan 50 mensen hun mening over deze ideeën gedeeld.

Met e-participatie kan je dus veel meer mensen betrekken. Een angst is wel dat digitale instrumenten bepaalde groepen kunnen uitsluiten. Hoewel veel e-participatie instrumenten ontworpen zijn om eenvoudig te zijn in gebruik, zullen technologie schuwe mensen minder snel gaan deelnemen.

Houd er echter wel rekening mee dat iedere vorm van participatie bepaalde groepen uitsluit. Denk altijd na over welke groepen er minder vertegenwoordigd zullen zijn door het middel dat je kiest en probeer dit tegen te werken door juist deze groepen expliciet te benaderen.

Gemak in uitnodigen

Welke participatiemethode je ook kiest, je zal altijd moeten investeren in het creëren van aandacht voor je inspraaktraject. Online participatie vergt een iets andere strategische aanpak dan bij offline.

Doorgaans is het bij e-participatie vooral handig om sterk op online communicatie in te zetten. Het belangrijkste voordeel daarvan is wederom het verlagen van de toegangsdrempel. Wanneer je al achter de computer of je smartphone zit, is het vaak een heel kleine stap om ook daadwerkelijk digitaal je mening te geven. Je hoeft dan geen URL's over te typen of QR codes te scannen.

Met Argu proberen we de barrière van lezen naar bijdragen zo laag mogelijk te houden. Zo hebben we single-click registratie met Facebook, zodat je geen wachtwoord hoeft te onthouden of formulieren moet invullen. Daarnaast is het met Argu mogelijk om via e-mail uitnodigingen in één klik toegang te geven tot gesloten discussies, ook zonder dat registratie vereist is.

Het grootste voordeel aan digitaal uitnodigen met een e-participatie tool is de mogelijkheid om een bestand van gebruikers op te bouwen. Zo is het met Argu mogelijk om bij het plaatsen van een nieuwe discussie alle bestaande gebruikers automatisch een mail te sturen. De gemeente Hollands Kroon heeft in hun Argu omgeving al meer dan 8.000 inwoners zitten, waardoor ze nu met één druk op de knop kunnen worden uitgenodigd voor een nieuw item.

Wel blijft het belangrijk om in sommige situaties juist flink te investeren in uitnodigen via offline kanalen. Zo zagen we bij de eerder genoemde case van de Cambridgelaan dat de posters die we hadden opgeplakt in de liften het leeuwendeel van de bezoekers hadden getrokken. Bij zeer lokale discussies is dit dan ook een handige optie. Houd er wel rekening mee dat het gebruik van dit soort middelen een sterke bias kan veroorzaken in de groep deelnemers. Stel, je wilt weten wat mensen van een nieuwe windmolen zullen denken, dan zal je vooral veel negatieve reacties ontvangen als je posters in de buurt gaat plakken.

Groepsdynamiek online versus offline

Een voordeel van bijeenkomsten is dat er direct en zeer eenvoudig kan worden gereageerd op elkaar. Dit zorgt er voor dat een gespreksleider snel kan doorvragen en zo diepgang op kan zoeken.

Hoewel online participatie niet anoniem hoeft te zijn, is anoniem reageren praktisch gezien altijd wel mogelijk bij online discussie en inspraak websites. Anonimiteit haalt remmen weg. Mensen zijn door een gebrek aan sociale repercussie meer geneigd om te delen wat ze ergens van vinden, ongeacht of het controversieel of politiek correct is.

Normale groepsgesprekken zetten daarentegen meestal aan tot (schijnbare) consensus. Met andere woorden: het schept de indruk dat mensen het met elkaar eens zijn. Dat heeft twee componenten:

  1. Ten eerste kan de mening van groepsleden naar elkaar toe groeien, doordat ze aan vergelijkbare informatie worden blootgesteld en samen praten over een onderwerp. In dat geval groeien de meningen ook daadwerkelijk naar elkaar toe, hoewel dit slechts bij de groep aanwezigen het geval is.
  2. Daarnaast kan het ook alleen maar lijken alsof er overeenstemming is. Groepsdruk zorgt er voor dat omstreden, sociaal onwenselijke uitspraken minder snel worden gemaakt. Deze gedachten bestaan echter wel en kunnen dan in een andere context, op een later moment wel tot uiting komen.

Online omgevingen zullen dus een eerlijker, meer ongezouten beeld geven van de verschillende meningen die er in jouw doelgroep leven. De vraag is echter of je die meningen een podium wilt geven, of juist wil negeren.

Modereren

Zowel online als offline is een bepaalde mate van moderatie nodig. Tijdens een bijeenkomst zal een gespreksleider mensen aan het woord laten en de volgorde van de onderwerpen bepalen. In een online omgeving zal de moderator waarschijnlijk een reactieve rol aannemen en slechts ingrijpen wanneer bepaalde uitingen echt niet door de beugel kunnen.

In de afgelopen jaren hebben we bij Argu van de vele tienduizenden bijdragen nog geen vijf keer moeten ingrijpen. Wij merken dan ook dat de benodigde tijdsinvestering voor moderatie bij e-participatie vrij consistent wordt overschat.

Het grootste deel van het moderatie werk zit bij e-participatie vooral in voorbereiding: het stellen van de juiste vraag, het delen van de juiste informatie en het communiceren in de juiste toon.

Verslaglegging en transparantie

Meestal moeten de resultaten van een inspraaktraject geanalyseerd en samengevat worden voordat ze kunnen worden gebruikt door de beslissers.

Bij bijeenkomsten is dit meestal een kwestie van aantekeningen laten maken en deze uitwerken in een geschreven rapport. Bij dit proces wordt eigenlijk altijd wel (onbedoeld) informatie weggelaten en gekleurd door de schrijver.

Wanneer je gebruik maakt van e-participatie, wordt ieder stukje interactie direct digitaal opgeslagen. Dit maakt het proces transparanter en completer. Niet alleen het vastleggen van de inspraak zelf, maar ook de daaropvolgende rapportage kan deels geautomatiseerd gebeuren. Zo geven we bij Argu in één overzicht aan wat mensen de belangrijkste argumenten vinden om ergens voor of tegen te zijn. Daarnaast kunnen statistieken, zoals draagvlak percentages, direct worden berekend en automatisch worden bijgewerkt. Dit bespaart allemaal tijd.

Hoewel geautomatiseerde aggregatie en statistieken waardevol zijn, blijft er in veel situaties behoefte aan een kwalitatieve samenvatting van een participatietraject. Dit blijft handwerk en kost in alle gevallen tijd.

Terugkoppeling

Vrijwel niets is zo frustrerend om als inwoner inspraak te geven en vervolgens geen idee te hebben wat er mee wordt gedaan.

E-participatie biedt hier wel een mooie oplossing. Doordat alle deelnemers zich met hun e-mailadres hebben geregistreerd, is het mogelijk om ze allen eenvoudig een update te sturen.

Samenvattend

De sterkste punten van offline participatie:

  • Kunnen doorvragen kan tot nieuwe inzichten leiden
  • Minder voorbereiding nodig dan met een nieuwe e-participatie tool
  • Samen zitten schept sneller consensus in aanwezige groep

De belangrijkste voordelen van e-participatie:

  • Laagdrempeligheid zorgt voor grotere en meer diverse groep betrokkenen
  • Terugkoppelen kan geautomatiseerd via e-mail
  • Anonimiteit en minder sterke groepsdruk kan leiden tot meer eerlijke reacties
  • Verslaglegging is transparanter en gebeurt deels geautomatiseerd
  • Door opbouw gebruikersbestand is volgende keer uitnodigen eenvoudiger

Denk dus goed na over wat het doel is van jouw participatietraject voordat je een keuze maakt en onthoud dat zowel offline als online vormen van inspraak hun meerwaarde hebben.

Read more

De afwegingen bij online stemmen

Joep Meindertsma
Monday, 11 September 2017

Kan stemmen op internet veilig, eenvoudig, betrouwbaar en anoniem?

In dit artikel bespreek ik de voordelen en nadelen van diverse manieren om digitaal stemmen via het web te implementeren. Het gaat niet alleen over stemmen bij verkiezingen, maar vooral over de meer laagdrempelige en vaker voorkomende manieren van stemmen die in het bijzonder relevant worden voor gemeenten en kleinere organisaties. Ik begin met onbetrouwbare, maar eenvoudige manieren en werk toe naar meer complexe en veilige methodes. Uiteindelijk sluit ik af met een algemene reflectie op digitaal stemmen en de rol daarvan als middel voor inspraak.

Stemmen zonder registratie

De makkelijkste manier van online stemmen vereist van de gebruiker niets meer dan een enkele klik. Om te voorkomen dat een gebruiker meerdere keren stemt, kunnen er ruwweg twee onbetrouwbare technieken worden gebruikt:

  • De website kan een cookie opslaan in de browser van de gebruiker. Hierin staat dat de gebruiker al gestemd heeft, waardoor hij niet meer mag stemmen. Helaas kan een handige gebruiker relatief eenvoudig deze cookie verwijderen en dan opnieuw stemmen.
  • De website kan het IP adres van de stemmer opslaan. Helaas is deze niet altijd uniek voor gebruikers. Door het gebruik van een proxy-server of afwijkende NAT instellingen, kan het voorkomen dat meerdere gebruikers achter één IP-adres zetten, waardoor ze niet allemaal kunnen stemmen. Daarnaast kunnen handige gebruikers dezelfde technieken gebruiken om juist meer dan één stem te krijgen. Tevens is het IP-adres per apparaat uniek, dus geeft het mensen met meer apparaten (of meerdere VPN's) meerdere stemmen. Tenslotte is het opslaan van IP adressen gecombineerd met stemmen een privacy probleem.

Stemmen met e-mail

Dit is veruit de meest populaire manier van online stemmen; het wordt immers gebruikt door platforms als Youtube, Facebook en Twitter. Een gebruiker registreert zich met een uniek e-mail adres, wat het lastig maakt om meerdere keren te stemmen. Om te voorkomen dat niet bestaande e-mailadressen worden meegeteld, is het verstandig om de stem pas op te slaan wanneer de gebruiker het e-mailadres heeft bevestigd. Helaas is het aanmaken van meerdere geldige e-mailadressen vrij eenvoudig, waardoor stemfraude ook eenvoudig is.

Stemmen met telefoonnummer

Waar het aanmaken van nieuwe e-mailadressen vaak gratis kan, geldt dit voor telefoonnummers niet. Bij een nieuw telefoonnummer hoort een nieuwe SIMkaart, wat vandaag de dag al voor 5 euro kan Dat verhoogt de kosten van stemfraude naar 5 euro. Dat maakt het veiliger dan stemmen met e-mail, maar sluit stemfraude zeker nog niet uit. Een ander nadeel van dit systeem zijn de kosten van SMS verificatie, wat met ongeveer 10 cent per bericht snel kan oplopen.

Stemmen met een gekoppeld account

In plaats van zelf de identiteit van gebruikers te moeten bepalen, kan dit ook worden overgelaten aan een derde partij. Bedrijven als Google en Facebook bieden manieren om verificatie van identiteit makkelijk te maken. Dit verkleint de kans op frauduleuze stemmen, doordat het aanmaken van een geldig Google of Facebook account relatief veel werk kost. Helaas kleven ook aan deze oplossing enkele nadelen. Ten eerste kunnen mensen om diverse redenen geen Facebook of Google account hebben. Daarnaast is het, ondanks de extra moeite, goed mogelijk dat mensen meerdere accounts hebben.

Stemmen met een overheidsaccount

Wanneer je echter gebruik maakt van een identity provider die door de overheid wordt beheerd, zoals DigiD, heb je deze problemen niet. Wel is het leggen van een DigiD koppeling een vrij complexe en dure zaak, wat niet voor iedereen die stemmen wil implementeren haalbaar is. Daarnaast schept DigiD een vrij hoge barrière voor gebruikers: je moet immers je stem koppelen aan je officiële identiteit bij de overheid. Dit bezwaar kan worden opgeheven door een third party de stemdata te laten afhandelen, zodat overheden niet kunnen zien wie er wat gestemd heeft.

Stemmen met verspreide codes

De eerder genoemde systemen gebruiken allemaal een stukje informatie van de gebruiker om zijn of haar identiteit te bevestigen, zoals een IP adres, e-mailadres of telefoonnummer. De meest betrouwbare vorm van identiteitsverificatie is echter een waar de organisatie zelf de juiste mensen een code geeft die rechten verschaft. Dit kan op twee manieren:

  • Codes verspreiden voor eenmalig gebruik, dus voor een enkele stemming. Als stemgerechtigde ontvang je een code, welke je vervolgens kan invoeren door een link te openen, of door een QR code te scannen. Hoewel dit minder fraudegevoelig is dan bovenstaande mechanismen, is het niet perfect. Ten eerste is het verspreiden van stembiljetten soms duur, zeker als dit vaak moet (voor iedere stemming) en via de post gebeurt. Daarnaast is het mogelijk dat iemand meerdere codes in zijn of haar bezit krijgt en daarmee vaker kan stemmen. Om dit te voorkomen, kunnen er speciale codes worden gegenereerd die aan e-mailadressen zijn gekoppeld.
  • Codes verspreiden voor bevestigde identiteiten. Zo kan iemand bijvoorbeeld worden geïdentificeerd als inwoner van een gemeente, of een bepaalde wijk. Vanaf dat moment kan hij dan automatisch stemmen op alle relevante stemmingen. Dit is een stuk gemakkelijker en goedkoper dan digitale stembiljetten, doordat er niet bij iedere nieuwe stemronde codes moeten worden verspreid en ingevoerd. Een gemeente zou dit kunnen toepassen door alle bewoners een brief te sturen met daarin een code. Net als bij bovengenoemde digitale stembiljetten, is het mogelijk om deze groepscodes te koppelen aan e-mailadressen, zodat een persoon die meerdere codes bemachtigd niet direct meerdere accounts krijgt om mee te stemmen. Dit vereist echter wel dat de organisatie beschikt over een lijst van bevestigde e-mailadressen.

Centrale opslag vs. blockchain

Naast discussie over de stem- en verificatiesystemen zelf, is er discussie over de manier van opslag van de stemdata.

Bij vrijwel alle bestaande stemsystemen worden de stemmen opgeslagen in een database op een server. Hoewel dit technisch het meest voor de hand ligt, is dit niet per se de meest geschikte optie. Doordat er één kopie is van de data die op één plek wordt beheerd, is het technisch mogelijk dat de data wordt aangepast door kwaadwillenden. Dit zou de beheerder van de data zelf kunnen zijn, maar ook een slimme hacker. Dus zelfs als er een betrouwbare, belangeloze third party is die de data beheert, kan er een risico zijn dat stemmen worden gemanipuleerd.

Om dit onmogelijk te maken, moet er een systeem worden gebruikt dat de data verdeelt in een netwerk, decentraal opslaat en een mechanisme heeft om tot een consensus te komen van welke waarden er kloppen en welke niet. Dit systeem is gelukkig al uitgevonden: het heet blockchain en het wordt al volop gebruikt voor diverse soorten applicaties, waaronder cryptocurrencies als Bitcoin en Ehtereum. Wanneer stemmen op de blockchain staan opgeslagen, kan er met zekerheid worden vastgesteld dat de data zelf niet is gemanipuleerd.

Hoewel er al enkele blockchain voting initiatieven in ontwikkeling zijn, zoals FollowMyVote, zijn er nog diverse uitdagingen die de bestaande toepassingen nog niet hebben opgelost. Hoe garandeer je dat de stemmen alleen komen van mensen die stemrecht hebben, zonder de identiteit van de stemmers in de blockchain te stoppen? Hoe sla je stemmen decentraal en transparant op, zonder het bandwagon effect in de hand te werken? Mogelijke oplossingen voor deze problemen zijn respectievelijk het gebruiken van ring signature encryption voor de stemmen zelf en het tijdelijk versleutelen van de stemuitslagen door de organisatie die de stemmingen regelt.

Representativiteit & legitimiteit van digitale stemmen

Stel, je hebt een perfect uitgewerkt stemsysteem. Het is zeer gemakkelijk in gebruik, extreem veilig, volledig anoniem en bestand tegen iedere vorm van fraude. Zelfs dan loop je alsnog tegen beperkingen van e-voting aan.

Ten eerste is er bij stemmen altijd sprake van beperkte representativiteit. Tenzij iedereen een stem plaatst, zullen er altijd mechanismen zijn die bepaalde groepen meer kans geven om een stem te plaatsen. Mensen die meer openstaan voor nieuwe technologie, hebben meer kans om daadwerkelijk een digitale stem te plaatsen. Mensen die een sterke mening hebben over het onderwerp, hebben meer kans om te stemmen en zullen meer mensen om zich heen activeren. De extreme groepen (aan beide kanten van het spectrum) zullen hierdoor vaker oververtegenwoordigd zijn.

Ten tweede is het bij bepaalde thema's discutabel in hoeverre de stemmers goed geïnformeerd zijn. Volksvertegenwoordigers wonen talloze vergaderingen bij en krijgen vele documenten toegestuurd om een realistisch beeld te krijgen van de afwegingen, alvorens ze een stem plaatsen. Een gemiddelde stemmer zal die kans niet hebben gehad en is daarmee relatief minder goed geïnformeerd.

Stemmen & burgerparticipatie

Met de komst van laagdrempelige en goedkope e-voting methodes, is het voor overheden eenvoudiger geworden om regelmatig draagvlakmetingen te doen alvorens een beslissing te nemen. Het is in beginsel mooi om te zien dat burgers steeds meer manieren krijgen om inspraak te hebben op het beleid in hun leefomgeving, maar soms maak ik mij zorgen over de waarde die wordt toegekend aan de getallen van de voor- en tegen stemmen. Raadsleden, burgemeesters en wethouders krijgen met deze technologische mogelijkheden een nieuwe uitdaging voorgeschoteld: hoe ga ik om met deze digitale inspraak? Wanneer ga ik in tegen de meerderheid van de stemmen? Zelfs wanneer digitale stemmen niet bindend en slechts ter beeldvorming zijn, zullen de uitkomsten een impact hebben op de opinies en besluiten van volksvertegenwoordigers en bestuurders.

Door de beperkingen van de representativiteit en de legitimiteit bij zelfs de meest betrouwbare (digitale) stemprocessen, raad ik aan om de kwantitatieve inspraak bij inspraaktrajecten altijd met een korrel zout te nemen. Leg de focus niet zozeer op het tellen van voor- en tegenstemmen, maar op de achterliggende argumenten. Durf de burger te vragen om haar mening. Waarom bent u voor of tegen? Heeft u zelf een beter idee? Het stellen van deze vragen zorgt niet alleen voor een focus op kwalitatieve inspraak, maar zorgt ook voor meer begrip voor de diverse standpunten en daarmee meer inzicht in de afwegingen bij het nemen van de beslissing.

Read more

Case: Burgerparticipatie in Hollands Kroon

Michiel van den Ingh
Thursday, 27 July 2017

In de periode 2017 - 2018 hebben een paar duizend inwoners in Hollands Kroon een Argu account aangemaakt en hun stem uitgebracht op verschillende beleidsvoorstellen. Met 8.200 geregistreerde gebruikers heeft de gemeente een aanzienlijke percentage van de inwoners betrokken bij besluitvorming.

Locatie Asielzoekerscentrum

Één van die projecten in Hollands Kroon was het kiezen van een locatie voor een AZC. In een zo vroeg mogelijk stadium wou de gemeente inwoners betrekken bij de mogelijke komst van een AZC. Mocht het AZC er komen, zou in ieder geval de locatie ervan duidelijk moeten zijn. De gemeente gaf zeven mogelijke locaties aan op Argu, waar mensen op konden stemmen. Door het uitwisselen van argumenten werd duidelijk waarom sommige locaties beter geschikt waren dan anderen. Nadat bijna 3.500 mensen hadden gereageerd op de discussie, nam de gemeenteraad een besluit.

Van tevoren verwachtte men dat er veel negatieve reacties zouden komen van tegenstanders. In de discussie zie je ook dat veel mensen tegen zijn. Doordat in de Argu structuur argumenten ook worden gesorteerd op relevantie, geef je de “schreeuwers” wel de ruimte om hun verhaal te doen, maar is het aan de rest van de mensen om daar waarde aan toe te kennen. Er wordt niet gecensureerd maar de meest relevante informatie komt vanzelf naar boven.

Succesfactoren

In het afgelopen jaar heeft Hollands Kroon er voor gezorgd dat bijna 8.000 mensen een account hebben aangemaakt en hun stem hebben uitgebracht op verschillende onderwerpen. Één van de belangrijkste succesfactoren was dat over de grote discussies daadwerkelijk formele besluiten zijn genomen door het college en de gemeenteraad. Dat heeft mensen aan het einde van een discussie het gevoel gegeven dat er daadwerkelijk iets is gedaan met hun input. Die mensen zijn voor een volgende discussie weer eenvoudig te raadplegen.

Het goed uitwerken van een vraag of stelling kost wat tijd maar levert goede resultaten op. Ook vergt het lef van bestuurders om zware thema’s als een locatie voor een AZC te bespreken met duizenden inwoners. Ten slotte heeft Hollands Kroon veel aandacht besteed aan online promotie via hun eigen Facebookpagina. Ze hebben daar echter geen advertentiebudget aan uitgegeven. Het webcare team heeft de instructie gekregen om de mensen die op Facebook reageerden op de stellingen door te verwijzen naar het forum.

De drie belangrijkste stappen om grote groepen mensen te betrekken bij besluitvorming zijn:

  • Zorg van tevoren dat je een besluit gaat nemen;
  • Kies een onderwerp dat emotie oproept;
  • Werk een communicatieplan uit.

Heeft u vragen over dit project of over Argu?

e: michiel@argu.co t: 06–53962242

Read more

Case: draagvlakmeting in Heerenveen

Michiel van den Ingh
Thursday, 27 July 2017

De gemeente Heerenveen heeft in april ’17 een draagvlakmeting gedaan over de mogelijke komst van een Van der Valkhotel. Vooral onder de lokale ondernemers kwamen op voorhand veel klachten binnen. Daarom vond de gemeenteraad het belangrijk om wat breder te onderzoeken hoeveel draagvlak er voor de komst van een hotel was.

Naast de fysieke bijeenkomsten, waar inwoners in gesprek konden gaan met de gemeente is een Argu discussie opgezet, zodat mensen ook vanuit huis en onderweg op hun smartphone konden participeren. 180 Mensen hebben hun stem uitgebracht op de stelling.

De weg naar succes

Een jaar eerder deed gemeente Heerenveen al een proef met Argu. Vanuit een project om asielzoekers te helpen integreren werden een aantal discussies opgezet. Op sommige vragen werden leuke ideeën ingediend. Dat heeft enigszins bijgedragen aan het project. Maar de grote massa werd destijds nog niet bereikt.

Een belangrijk inzicht achteraf was dat het promoten van discussies goed werkt door middel van Facebook Advertenties. Bij de hoteldiscussie heeft Argu geholpen om een advertentie in te stellen en te managen. Voor net iets meer dan honderd euro zijn 6.500 inwoners bereikt, waarvan 180 uiteindelijk hebben geparticipeerd.

De volgende stap

Momenteel ligt de rapportage van de fysieke gesprekken, de reacties op social media en de inspraak op het Argu forum bij de gemeenteraad. In juli ’17 nemen zij een besluit over de kwestie. Het besluit wordt o.a. via Argu bekendgemaakt. De 180 deelnemers krijgen een melding van Argu met het besluit. Zo is het besluitvormingsproces transparant en overzichtelijk gemaakt voor de betrokkenen.

Heeft u vragen over dit project of over Argu?

e: michiel@argu.co t: 06–53962242

Read more

Case: participatie bij de herinrichting Kerkplein Hoorn

Michiel van den Ingh
Thursday, 27 July 2017

De gemeente Hoorn heeft in de afgelopen maanden inwoners betrokken bij het herinrichten van het Kerkplein.

40 ideeën

In een paar weken tijd hebben 166 mensen online meegedacht door ideeën te plaatsen of te reageren op die van anderen. Daarnaast heeft de gemeente ook offline, tijdens gesprekken in de stad, ideeën opgehaald om van het Kerkplein een aantrekkelijk plein te maken.

En nu?

De projectleider van de Kerkplein discussie heeft bedacht dat er korte termijn en lange termijn veranderingen kunnen plaatsvinden. In april ’17 begon een proefperiode, waarin de gemakkelijk uit te voeren ideeën zijn meegenomen. De lange termijn ideeën worden later opnieuw ter discussie gesteld.

Definitief plan voor het Kerkplein

Na de zomer evalueert de gemeente de activiteiten op het Kerkplein en de mogelijkheden voor het verkeer en parkeren. Ook daar worden de omwonenden en ondernemers bij betrokken. Samen met de beste ideeën voor het Kerkplein, moet dat leiden tot één plan, dat aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Als de gemeenteraad daarmee instemt en het benodigde geld beschikbaar stelt, kan het plein definitief ingericht worden als plein voor de inwoners van Hoorn, een plein waar je graag wilt zijn!

De gemeente heeft het project grotendeels zelf uitgevoerd, onder andere op het Argu forum. Het team van Argu heeft geholpen met teksten en discussies uitdenken om het bereik onder de inwoners te vergroten.

Heeft u vragen over dit project of over Argu?

e: michiel@argu.co t: 06–53962242

Teksten in dit artikel zijn grotendeels overgenomen van: https://www.hoorn.nl/kerkplein

Read more

Hoe bereik je al die mensen?

Michiel van den Ingh
Wednesday, 03 May 2017

Als je mensen wil betrekken bij beleid van je gemeente of organisatie kun je kiezen uit allerlei instrumenten en vormen. Maar hoe bereik je nou al die mensen?

Ik zet campagnes op voor gemeenten waarbij we Argu gebruiken om alle input (meningen, ideeën etc.) te structureren. Argu is een online platform waar je de ideeën, meningen en argumenten van je doelgroep kunt verzamelen en structureren zodat je goede besluiten kunt nemen. Het is een manier om transparant beleid te maken om de kloof tussen betrokkene en bestuurder te verkleinen. Één van de meest gestelde vragen die ik hoor in gesprekken met gemeenten is de volgende: “Hoe bereik je nou al die mensen?”

Hoewel meer niet altijd beter is en een goede discussie vooral gaat om het uitwisselen van argumenten zijn de aantallen toch belangrijk. Als er maar 20 van de 20.000 mensen stemmen op een voorstel, dan is dat toch niet representatief?

Vandaar de vraag: “Hoe bereik je veel mensen met Argu?”

Er zijn meerdere antwoorden op die vraag. Allereerst moet je een inschatting maken van de interesse die mensen hebben in het onderwerp. Gaat het om iets wat zich voor de deur afspeelt, kun je rekenen op veel belangstelling onder betrokkenen. Gaat het om een heel abstracte lange termijn beleidsvisie, dan moet je iets meer je best doen om een heel concrete stelling of vraag te formuleren.

Het simpelste antwoord is dus: plaats een stelling over een praktische zaak die zich in de directe leefomgeving van mensen bevindt, verspreid de boodschap via social media, verzamel ideeën en neem een besluit.

Helaas is niet ieder onderwerp waar je inspraak op wil hebben even interessant voor je doelgroep. Het is dan wat moeilijker om veel mensen te bereiken. Ga in zo’n geval secuur te werk en volg het volgende stappenplan.

Het proces inrichten

Voordat je een stelling of vraag uitzet op Argu moet je het inspraakproces inrichten.

Stel jezelf vragen over de volgende kwesties:

Creëer korte lijnen, vooral tussen organisatie en bestuur

Via Argu faciliteer je discussies en geef je mensen de ruimte om originele ideeën met je te delen. Ambtenaren en wethouders beschikken over veel kennis en dat is een waardevolle toevoeging aan de discussies.

Plan een aantal korte momenten in dat je de projectleider, wethouder of andere besluitnemer laat zien wat er gebeurt en vraag hem / haar om te reageren op ideeën en argumenten van burgers. Dit hoeft niet meer dan tien minuten te duren maar zorgt wel voor betrokkenheid binnen je organisatie. Tevens krijgen burgers meer het gevoel dat er daadwerkelijk iets met hun input gebeurt.

Bepaal de rol van de besluitnemer

Dit hangt erg af van het onderwerp en het type discussie. Gaat de Gemeenteraad voor of tegen een uitgewerkte motie stemmen? Of gaan ze alle ingezonden ideeën stuk voor stuk bespreken?

Zorg dat je hier een duidelijke belofte over krijgt. Niets is zo zonde als honderden reacties ophalen waar de besluitnemer (wethouder, projectleider, gemeenteraad) vervolgens niet op reageert.

Verwachtingsmanagement

In hoeverre hebben mensen inspraak over dit onderwerp? Wil je alleen ideeën ophalen zonder de belofte dat daar iets mee gedaan wordt? Of kiest de Raad of het College het beste idee?

Ga ervan uit dat de Raad uiteindelijk iets anders beslist dan wat burgers willen. Zorg dat je zo snel mogelijk het definitieve besluit van de Raad als update op Argu plaatst. Verzamel de argumenten van de Raad zodat de forumleden op Argu duidelijk weten wat er met hun input is gebeurd.

De burger serieus nemen

Op Argu gaan mensen met elkaar in discussie. De discussie gaat ook vooral om elkaar wijzer maken. Hou er dus vanaf het begin rekening mee dat je zelf ook nieuwe inzichten kunt krijgen van de input van burgers. Misschien begint het bij een stelling en eindig je in een heel andere (maar betere) richting.

Plan B

Wanneer blijkt dat er totaal geen draagvlak is voor een idee van een ambtenaar, wethouder of de Raad moet je bijsturen.

Hoe groter de organisatie en de doelgroep die je wil bereiken, hoe groter de kans op vertraging is. Heb je naast online ook offline evenementen in de planning staan? Geef die dan voorrang in je prioriteiten. Betrokken burgers in de ogen kijken is één van de belangrijkste onderdelen van participatie.

Wanneer het aantal reacties niet voldoet aan de verwachtingen, onderneem dan direct actie. Houd bijvoorbeeld een gerichte Facebook advertentie achter de hand wanneer je vlak voor de deadline nog niet tevreden bent met de verzamelde input.

Copywriting

Kort samengevat kun je de meeste mensen betrekken bij beleid door interessante, controversiële vragen te stellen aan mensen waarbij heel duidelijk is voor de doelgroep wat er met de input gebeurt. Hoe meer mensen zich betrokken voelen bij het onderwerp, hoe meer reacties je gaat ophalen. Dat kun je bereiken door goede teksten te schrijven, door een strak communicatieplan uit te werken en door het besluitvormingsproces volledig uit te denken en afspraken te maken met beslissingsbevoegden. Zo kun je mensen garanderen dat hun input er toe doet en dat het urgent is om input te leveren. Het bereiken van veel mensen heeft in het kader van representativiteit als voordeel dat het voor beslissingsbevoegden belangrijk wordt om een besluit te nemen op basis van de input van de doelgroep.

In de basis levert de projectleider dit zelf aan maar het team van Argu geeft altijd een second opinion waarbij de do’s en don’ts van andere projecten in het verleden worden aangehaald.

Besteed veel aandacht aan teksten

Vul het volgende lijstje voor jezelf in:

  • Wat is het onderliggende probleem van de kwestie?
  • Wat gebeurt er als het niet wordt opgelost?
  • Naar wat voor input ben je op zoek?
  • Tot hoe ver gaat de inspraak? Raadgevend, oriënterend of bindend?
  • Hoeveel representativiteit heb je nodig om een besluit te kunnen nemen?

Maak je onderwerp concreet

De agendapunten van een nieuw verkeersplan zijn ontzettend belangrijk maar de meeste mensen hebben geen idee waar het in de praktijk over gaat. Zorg dus dat je vraag of stelling zeer concreet is.

Kies een pakkende titel

Dit is een beetje te vergelijken met de titel van een boek. Zou jij een roman willen lezen met een lange, onduidelijke en technische titel die je nauwelijks kunt onthouden? Nee. Daarom werken titels als Spijt, Killerbody en Het meisje in de trein een stuk beter dan “Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt)” en “Het vergeten verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogstijd”.

Mensen steken meestal geen tijd in zaken die ze niet snappen en geen bedreiging vormen. Bedenk wat het verschil in reacties zal zijn bij de volgende twee zinnen:

“Wat moet er in het nieuwe verkeerbeleidsplan 2017 staan?”

Of:

“4.000 onnodige slachtoffers in het verkeer. Hoe zorgen we voor veilig verkeer in Utrecht?”

Tsja. De soep wordt natuurlijk niet zo heet gegeten. Maar als je veel mensen wil betrekken moet je om aandacht vragen. Als je de aandacht eenmaal hebt, kun je verdere details geven.

Valkuilen voor een titel:

  • Te technisch;
  • Te lang;
  • Onduidelijk;
  • Bevat een gesloten vraag;
  • Neemt (te veel) een standpunt in.

Tips voor een goede titel:

  • Moet (enigszins) emoties oproepen bij de doelgroep;
  • Maak duidelijk waar je naartoe wil;

Zorg voor een memorabele lancering van het project

Neem een foto van de burgemeester die de hand van een betrokkene schud, interview een BN’er die toevallig iets met het project te maken heeft, geef een groot feest of in ieder geval: bedenk iets opvallends om het project te starten!

Dat kan je namelijk veel gratis publiciteit opleveren. Een goed verhaal wordt vaak opgepikt door lokale en misschien wel landelijke media. Hoe meer aandacht, hoe groter de kans dat het project slaagt.

Promoot je actie via Facebook

Het liefst doe je dat via je eigen Facebookpagina als je veel actieve volgers hebt. Als je die niet hebt kun je vrij eenvoudig een gerichte campagne opzetten waarbij je een maximaal bedrag instelt dat je wil uitgeven. Facebook maakt zelf berekeningen en inschattingen hoeveel mensen je kunt bereiken.

Soms kun je voor €250 al 20.000 mensen bereiken. Argu helpt je graag bij het opzetten en managen van zo’n campagne.

Via LinkedIn

LinkedIn is een nuttig kanaal om mensen te bereiken die geen Facebook gebruiken of er weinig gebruik van maken. LinkedIn wordt een stuk passiever gebruikt dan Facebook maar het bereik is wel erg groot.

Via Twitter

Twitter werkt niet zo goed voor genuanceerde discussies. Het is wel een zeer geschikt kanaal om mensen op de hoogte te houden van de stappen die je zet in je project.

Houd mensen op de hoogte

Dit kun je op allerlei manieren doen. Zorg in ieder geval dat je regelmatig updates plaatst op Argu. De mensen die iets hebben bijgedragen aan de online discussie krijgen dan automatisch een update in de vorm van een mailtje. Wanneer het project eindigt, plaats je het besluit, een dankwoord voor de betrokkenen en het liefst een (e-mail)adres voor als mensen nog vragen hebben naderhand.

Rapportage

Ervaringen delen met andere collega’s binnen jouw organisatie is erg belangrijk. Argu maakt rapportages op aanvraag maar je kunt zelf al bijna alle statistieken vinden op het platform.

Verwachte resultaten

In de afgelopen twee jaar heeft Argu verschillende projecten gedraaid. Soms spreekt een onderwerp heel erg aan, zoals de AZC discussie in de gemeente Hollands Kroon. Andere keren gaat het om het ophalen van hele specifieke ideeën zoals over het Kerkplein in de gemeente Hoorn. In die twee gevallen heeft een helder plan enorm geholpen om vele honderden reacties op te halen en te structureren voor besluitvorming.

Een interessant voordeel wat ontstaat als je daadwerkelijk honderden reacties verzamelt via Argu is dat betrokkenen lid worden van het Argu forum. De volgende keer dat je een project draait via Argu, kun je binnen een paar klikken al een paar honderd mensen bereiken. Bespaart veel tijd en geld.

Conclusie

Door veel aandacht te besteden aan interne processen, een strakke planning en een duidelijk communicatie- en promotieplan kun je met Argu veel mensen bereiken om inhoudelijke feedback op te halen over jouw onderwerp.

Heeft u vragen over dit project of over Argu?

e: michiel@argu.co t: 06–53962242

Read more

Online participatieplatform bouwen of uitbesteden?

Michiel van den Ingh
Tuesday, 28 March 2017

Veel gemeenten vinden het belangrijk om hun inwoners te betrekken bij beleid. In de afgelopen jaren is er in Nederland veel geëxperimenteerd met burgerparticipatie. Dankzij social media zijn veel klassieke inspraakavonden verschoven naar online participatie. Het bereik online is immers veel groter en je kunt de input van inwoners eenvoudiger structureren.

Social media platforms kennen helaas ook hun beperkingen.

Twitter beperkt je tot slechts 140 karakters per Tweet. Dat is weinig ruimte voor een genuanceerde mening. Facebook discussies over beleid eindigen meestal snel in chaos en moddergooien. Met LinkedIn, Instagram en Pinterest kun je veel mensen bereiken maar ook die platforms bieden vrijwel geen ruimte voor inhoudelijke discussie over beleid. Daarom zijn veel gemeenten gaan kijken naar websites die specifiek zijn gericht op burgerparticipatie, inspraak en besluitvorming. Je kunt daar vaak in abonnementsvorm gebruik van maken, of ervoor kiezen om zelf een participatieplatform te bouwen.

Hier een korte uiteenzetting van de voor- en nadelen van zelf iets bouwen of het uitbesteden aan een marktpartij:

Voordelen van zelf bouwen

  • Je hebt de touwtjes in handen. Als je een ervaren team bij elkaar kunt krijgen dat fulltime aan de slag gaat met dit project kun je precies aangeven wat je zoekt qua functionaliteiten.

  • Je kunt het simpel houden. Misschien dat jouw inwoners altijd goed reageren op evenementen. Maak dan een website of onderdeel van de bestaande gemeentewebsite waar je mensen uitnodigt voor evenementen.

  • Privacy kun je waarborgen. Je beheert zelf alle data. Als mensen reageren op jouw stelling of als ze een enquête invullen kijkt Facebook niet over je schouder mee.

Nadelen van zelf online platform bouwen

  • Stel dat je een goed beeld hebt van wat je wil is het nog niet zo eenvoudig om dat technisch te vertalen naar een gebruiksvriendelijk platform.

  • De kans op technisch falen is zeer groot. Vele gemeenten hebben participatieplatforms gebouwd en tot nu toe is het geen enkele Nederlandse gemeente gelukt om een gebruiksvriendelijk platform te bouwen wat regelmatig gebruikt wordt voor inspraak.

  • De kosten lopen al heel snel op. Natuurlijk heb je al fulltimers in dienst op de IT afdeling. Maar tel je hun salarissen, eventueel extra mankracht en een projectleider bij elkaar op, investeer je al snel een ton of meer per jaar. Bedenk ook dat wanneer het project technisch “af” is, je alsnog onderhoud en support moet hebben.

  • Gewenste functionaliteiten worden al snel complex. Als je in plaats van alleen informatie te zenden ook interactie wil, heb je complexe functionaliteiten nodig zoals notifications, mail services, mogelijkheid om updates te plaatsen, content updaten, een heldere (discussie)structuur, moderatie tools, security tools (Wordpress websites kunnen makkelijk gehackt worden) etc.

  • Online participatie begint bij een instrument, maar het verzamelen van gebruikers van dat instrument gaat niet vanzelf. Je hebt een projectleider nodig met veel ervaring. Een nieuw en leeg platform wordt niet vanzelf populair onder inwoners. Naast technische kennis moet je veel aandacht besteden aan content, promotie, rapportage, moderatie en onderhoud. Vergeet ook niet het contact onderhouden met de wethouder, projectleider of gemeenteraad. Houd ook rekening met moderatie, bijvoorbeeld in het weekend.

Er zijn inmiddels een aantal marktpartijen die online platforms hebben gebouwd voor burgerparticipatie. Er zitten soms grote verschillen tussen de aanpak van die bedrijven. Sommigen bouwen custom functionaliteiten voor je. Andere bedrijven zoals Civocracy, Citizenlab en Argu (waar ik zelf werk) hebben een “one size fits all” platform dat regelmatig wordt verbeterd op basis van wensen van opdrachtgevers.

De voordelen van uitbesteden:

  • Wanneer je een project uitbesteed aan een online participatieplatform kun je vrijwel direct beginnen omdat het bedrijf al een draaiend platform heeft.

  • De techniek heeft zich al bewezen. Je weet van tevoren al redelijk goed wat je kunt verwachten.

  • De kosten zijn aanzienlijk lager. Marktpartijen hebben er baat bij om een schappelijke prijs te bieden en hun voordelen uit schaalgrootte te halen.

  • Het team heeft veel ervaring met burgerparticipatie. Veel bedrijven nemen een adviserende rol in of stellen zichzelf aan als projectleider. Naast de techniek helpt het bedrijf ook om het proces intern goed te laten verlopen.

Nadelen uitbesteden

  • Je moet een goed inkoopproces leiden. De meeste online participatieplatforms hanteren gelukkig prijzen onder de Europese aanbestedingsgrens (minder dan €50.000 per jaar) dus je mag onderhands aanbesteden. Dan moet je in ieder geval drie offertes opvragen bij marktpartijen, gesprekken voeren etc.

  • Je hebt minder invloed op functionaliteiten van een bestaand online platform. Sommige bedrijven kunnen op verzoek functionaliteiten toevoegen maar reken dan op een stevig uurtarief. De “one size fits all” platforms voeren echter regelmatig updates door op basis van wensen van klanten.

Conclusie

Wanneer je een groot ervaren team IT’ers en participatie experts hebt werken binnen je gemeente kun je er voor kiezen om zelf een online platform voor participatie te bouwen. Houd er rekening mee dat het veel geld kost, lang duurt voordat je een eerste versie online hebt staan en dat vele andere gemeenten voor je hebben gefaald.

Wanneer je uitbesteed moet je een inkoopproces doorlopen wat veel tijd kan kosten. Daarvoor kun je mijn tips lezen in dit artikel. Als je eenmaal een fijn bedrijf hebt gevonden kun je vrijwel direct starten, gebruik maken van bewezen techniek en expertise en heb je vaak een ervaren adviseur of projectleider tot je beschikking.

Het belangrijkste argument om online burgerparticipatie uit te besteden is dat je veel meer kans hebt op succes omdat de techniek is bewezen, een projectleider helpt om het proces intern en extern goed te laten verlopen en dat je gebruik kunt maken van vele vormen van ondersteuning. En dat alles tegen schappelijke prijzen.

Wil je meer weten over online burgerparticipatie, mail of bel me dan vooral!

E: Michiel@argu.co

T: 06 - 53962242

Read more

Facebook voor inspraak werkt niet

Michiel van den Ingh
Thursday, 08 December 2016

Goed beleid is het fundament van iedere succesvolle organisatie en overheid. Waar vroeger koningen bepaalden wat goed was voor het volk, proberen beleidsmakers hedendaags beter te luisteren naar wat het volk zelf wil.

Vroeger had je daar de vergaderzalen en inspraakavonden voor, maar helaas kwam daar altijd maar een klein percentage van de doelgroep opdagen. De Vlaamse schrijver David van Reybrouck bedacht in het jaar 2010 dat je dat met 1.000 mensen tegelijk moet doen, om zo een diverser en representatiever beeld te krijgen van de ideeën en meningen van het volk. Helaas is een zogeheten G1000 op één specifiek moment alsnog beperkt representatief en kost het veel geld om te organiseren.

Het internet biedt meer mogelijkheden. Met een online discussie kun je veel meer mensen bereiken en kun je met duizenden mensen tegelijk een discussie voeren. Zo bespaar je kosten, haal je veel meer ideeën, opinies en argumenten op bij je doelgroep en kun je sneller en beter een besluit nemen. Je besluit maak je transparant en daarmee win je het vertrouwen van betrokkenen.

Online inspraak

Veel gemeenten zijn in de afgelopen jaren gaan experimenteren met online inspraak via Facebook. Naast het feit dat een groot percentage van de Nederlanders wekelijks actief is op Facebook, is het bedrijf namelijk briljant in het creëren van het gevoel dat jouw mening er toe doet. Door de vele notifications die je krijgt wanneer je vrienden je status liken of delen krijg je het gevoel dat je gehoord wordt. Slimme gemeenten maken gebruik van het bereik van Facebook om de mening van inwoners te peilen. Binnen een paar minuten kun je een bericht plaatsen dat door duizenden mensen gelezen wordt. Daarmee lijkt het alsof je als gemeente duizenden mensen betrekt bij actuele ontwikkelingen.

De keerzijde van Facebook is het verbale geweld dat losbarst als je op Facebook een prikkelende stelling plaatst over hondenpoep op straat, de protesten tegen een AZC in Geldermalsen of het legaliseren van softdrugs. Vaak worden dit soort onderwerpen om die reden gemeden door gemeenten, wat niet goed is, omdat daar ook over gepraat moet worden.

Wat gaat er mis?

Het sorteringsalgoritme

Wie weleens een politieke stelling op Facebook heeft gedeeld heeft wellicht gemerkt wat er gebeurt. Er ontstaat een lange lijst met reacties van opinies, argumenten en stellingen kris-kras door elkaar. Deze opeenstapeling van reacties wordt door Facebook gesorteerd op ‘populariteit’. Facebook weet namelijk dat vanaf een aantal reacties vrijwel niemand die lange lijst met reacties gaat doorlezen. De reacties van jouw eigen Facebook vrienden staan bovenaan, evenals de reacties met de meeste likes.

Dat is een prima systeem als het gaat om kattenfoto’s, vakantiefoto’s en grappige filmpjes. Het is echter een heel verkeerd systeem wanneer het gaat om serieuze discussiepunten. Het ‘populariteitssysteem’ van Facebook zorgt dan voor een naar effect:

Populaire en populistische reacties op Facebook komen bovenaan te staan. Controversiële reacties komen onderaan te staan.

Het resultaat is dat mensen die over hun Facebook wall scrollen slechts populistische oneliners lezen die worden geplaatst onder politieke stellingen en artikelen. De nuance van de discussie komt niet tot zijn recht en het is daardoor vrijwel onmogelijk om oplossingen te vinden in zulke discussies. Dit is natuurlijk niet zo’n groot probleem wanneer het om een paar mensen gaat die uit persoonlijke interesse discussies met elkaar aangaan op Facebook.

Geen goede methode om draagvlak te meten

Hoewel je via Facebook tegenwoordig veel mensen kunt bereiken, is het geen goede manier om betrokkenheid en draagvlak voor beleidsmaatregelen te meten. Wat betekent het als iemand de stelling “Gemeente X wil een nieuwe speeltuin bouwen” liked? Vindt die persoon het dan leuk, grappig, interessant of is het sarcastisch bedoeld? Als veel mensen een stelling liken is dat natuurlijk een goede reden om even door de reacties heen te bladeren, maar een like op zich zegt vrijwel niets. Het zou mogelijk moeten zijn om voor of tegen een idee te stemmen.

Op Facebook kun je ook een poll plaatsen, waarmee je ergens op kunt stemmen. Dat werkt echter eenzijdig, want mensen kunnen geen alternatieve oplossingen aandragen voor problemen. Tevens kun je de stelling niet uitgebreid toelichten. Het zou mogelijk moeten zijn om een vraag te stellen en daaronder ideeën te plaatsen, waar mensen per idee inhoudelijk op kunnen reageren.

Dat zijn belangrijke redenen waarom wij Argu hebben opgericht. Op onze visie pagina kun je meer lezen over de problemen die Argu kan oplossen.

Vragen of opmerkingen?

e: michiel@argu.co t: 06–53962242

Read more